Verlening van beschermingsstatus
Twee types beslissingen geven recht op asiel en op een verblijf in België:
- de verlening van de vluchtelingenstatus
- de verlening van de subsidiaire beschermingsstatus: als de verzoeker niet voldoet aan de voorwaarden om als vluchteling te worden erkend, maar toch ernstige schade dreigt te lijden in geval van een terugkeer naar zijn land van herkomst.
Weigering van beschermingsstatus
Verschillende weigeringsbeslissingen zijn mogelijk.
De weigering tot verlening van de vluchtelingenstatus en de weigering tot verlening van de subsidiaire beschermingsstatus
Het CGVS kan een verzoek weigeren
- bij ongeloofwaardigheid van de verklaringen
- wanneer de vrees voor vervolging ongegrond is
- wanneer er bescherming is in het land van herkomst
- bij een intern vluchtalternatief in het land van herkomst
- wanneer er geen risico is op ernstige schade
De beslissing ‘niet-ontvankelijk verzoek’
Wanneer het CGVS een ontvankelijkheidsprocedure toepast, kan het CGVS dit verzoek niet ontvankelijk verklaren.
De beslissing ‘verzoek kennelijk ongegrond’
Wanneer het CGVS een versnelde procedure toepast, kan het CGVS een ongegrond verzoek kennelijk ongegrond verklaren.
De beslissing waarin wordt verklaard dat het verzoek expliciet of impliciet is ingetrokken (Expliciete en impliciete intrekkingen)
Bij een expliciete intrekking geeft de verzoeker zelf aan afstand te doen van diens verzoek om internationale bescherming.
Bij een impliciete intrekking vermeldt de verzoeker niet expliciet dat hij zijn verzoek intrekt, maar is de situatie van die aard dat kan worden geconcludeerd dat het verzoek is ingetrokken. Bijvoorbeeld wanneer:
- de verzoeker afwezig is op het persoonlijk onderhoud en geen geldige reden overmaakt voor zijn afwezigheid binnen een bepaalde termijn
- de verzoeker geen gevolg geeft aan een verzoek om inlichtingen binnen een bepaalde termijn
- de verzoeker terugkeert naar zijn land van herkomst.
Weigeringsbeslissingen in het kader van een grensprocedure
Wanneer een verzoek aan de grens wordt ingediend, geldt een specifieke procedure waarbij het CGVS bepaalde types beslissingen kan nemen binnen een specifieke termijn.
De weigering vanwege uitsluitingsgronden
Het CGVS concludeert dat de verzoeker uitgesloten is van de definitie van vluchteling of van persoon die voor subsidiaire bescherming in aanmerking komt wanneer er ernstige redenen zijn om aan te nemen dat
- hij een misdrijf tegen de vrede, een oorlogsmisdrijf of een misdrijf tegen de menselijkheid heeft begaan, zoals gedefinieerd in het internationale strafrecht en humanitair recht
- hij zich schuldig heeft gemaakt aan handelingen die in strijd zijn met de doelstellingen en beginselen van de Verenigde Naties.
Het CGVS concludeert dat de verzoeker uitgesloten is van de definitie van vluchteling wanneer er ernstige redenen zijn om aan te nemen dat hij een ernstig niet-politiek misdrijf heeft begaan buiten België voordat hij hier als vluchteling is toegelaten.
Het CGVS concludeert dat de verzoeker uitgesloten is van de definitie van persoon die voor subsidiaire bescherming in aanmerking komt wanneer er ernstige redenen zijn om aan te nemen dat
- hij een ernstig misdrijf heeft gepleegd voorafgaand aan zijn aankomst op het grondgebied of voor een ernstig misdrijf is veroordeeld na zijn aankomst
- hij een gevaar vormt voor de samenleving of voor de nationale veiligheid.
Het CGVS kan ook concluderen dat de verzoeker uitgesloten is van de definitie van persoon die voor subsidiaire bescherming in aanmerking komt
- als de verzoeker in zijn land van herkomst een misdrijf heeft gepleegd dat niet onder de bestaande uitsluitingsgronden valt maar in België wel strafbaar zou zijn met een gevangenisstraf
- als de verzoeker zijn land van herkomst alleen heeft verlaten om straffen als gevolg van dit misdrijf te ontlopen.
Het CGVS geeft telkens een advies aan de Dienst Vreemdelingenzaken over de eventuele verwijdering.
Intrekking van de internationale bescherming
Intrekking
Het CGVS neemt een beslissing tot intrekking van de beschermingsstatus als de betrokkene de status door fraude verkregen heeft of als hij uitgesloten is of had moeten zijn van de bescherming.
Het CGVS trekt de vluchtelingenstatus ook in als
- de betrokkene definitief is veroordeeld voor een bijzonder ernstig misdrijf en een gevaar vormt voor de samenleving of
- er redelijke gronden bestaan om de betrokkene te beschouwen als een gevaar voor de nationale veiligheid of
- als er sprake is van fraude tijdens de asielprocedure.
Intrekking vanwege beëindigingsgronden
Het CGVS trekt de vluchtelingenstatus in als de betrokkene is opgehouden vluchteling te zijn :
- de betrokkene vrijwillig de bescherming inroept van het land waarvan hij de nationaliteit bezit
- de betrokkene vrijwillig opnieuw zijn nationaliteit verwerft nadat hij deze had verloren
- de betrokkene een nieuwe nationaliteit verwerft
- de betrokkene zich vrijwillig vestigt in het land waar hij vervolging vreesde
- de omstandigheden die hebben geleid tot zijn erkenning als vluchteling, hebben opgehouden te bestaan (de verandering van de omstandigheden heeft een voldoende ingrijpend en niet-voorbijgaand karakter om de gegronde vrees voor vervolging weg te nemen).
Het CGVS trekt de subsidiaire beschermingsstatus in als de betrokkene niet meer in aanmerking komt voor subsidiaire bescherming : de omstandigheden op grond waarvan die status is verleend bestaan niet langer of zijn zodanig gewijzigd dat de bescherming niet langer nodig is (de verandering van de omstandigheden heeft een zodanig ingrijpend en niet-voorbijgaand karakter dat de betrokkene niet langer een reëel risico op ernstige schade loopt).



